Login

Login Close
---

---
A+ R A-

Gallen is een woord dat in de paardenwereld nogal eens gebruikt wordt voor een willekeurige zwelling aan het been.

 

Om goed te kunnen omschrijven wat een gal of 'galletje' nu eigenlijk is, eerst iets over de indeling van beengebreken zoals die over het algemeen gehanteerd wordt. Men onderscheidt de harde en de zachte beengebreken.

 

Onder harde beengebreken vallen de aandoeningen waarbij botwoekeringen of veranderingen in het gewricht optreden, zoals spat of overhoef.

In de categorie zachte beengebreken vallen alle aandoeningen waarbij er sprake is van zwelling van de zachte weefsels rond het gewricht, zoals pezen, slijmbeurzen, peesscheden en de ruimte rond het gewricht.

Een zwelling rond een pees is in de meeste gevallen het gevolg van een peesontsteking. Zachte zwellingen of vochtophopingen rond slijmbeurzen, peesscheden en de ruimte rond het gewricht noemt men gallen. In al deze weefsels bevindt zich een vloeistof die als doel heeft te smeren, dus de beweging soepel te laten verlopen.

Onder bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld infectie, te grote inspanning of chronische irritatie, kan er een overproduktie van deze vloeistof ontstaan. De teveel geproduceerde vloeistof hoopt zich op in de weefsels en er ontstaat een zwelling: de gal.

 

Nu we weten wat een gal is blijft nog de vraag wat een windgal, vlotgal, eiergal, hielgal etc. is?

Deze benamingen duiden de plaats aan waar de gal zich bevindt.

Een windgal bevindt zich vlak boven het kogelgewricht, als de peesschede van de diepe buiger bij het spronggewricht is aangedaan spreekt men van vlotgal, maar omdat deze gal ook wel langwerpig of eivormig is noemen anderen hem eiergal. In deze naamgeving zitten dan ook nogal wat verwarringen en het is waarschijnlijk praktischer om te zeggen dat er gallen zijn en de plaats te omschrijven waar ze zich bevinden, om verwarring te voorkomen.

Hoe verwarrend dergelijke namen kunnen zijn blijkt uit de naam Bolspat, die wordt gegeven aan gallen die rond het spronggewricht zitten, net iets hoger dan de verdikkingen die door spat ontstaan. De naam laat ons denken dat de aandoeningen "broertjes" van elkaar zijn, terwijl ze slechts zo genoemd zijn omdat ze op dezelfde plaats voorkomen.

Bij spat is er sprake van botwoekeringen, en dus van een hard beengebrek, terwijl bij bolspat sprake is van een overvulling, en dus van een zacht beengebrek.

Hetzelfde geldt voor de naam steengal, waarmee een zoolkneuzing wordt bedoeld.

Extra verwarrend is het als een gal duidelijk veroorzaakt wordt door een bepaald soort weefsel en dus opeens niet meer alleen een gal is, maar ook een slijmbeursontsteking ofwel bursitis. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een sesamgal, een ontsteking van een slijmbeurs van de sesambeentjes, te zien als een zwelling ofwel gal aan de achterzijde van de kogel. Een slijmbeursontsteking geeft meestal een gal, maar een gal is niet altijd een slijmbeursontsteking.

Tegelijkertijd worden gallen boven de kogel ook weleens windgallen genoemd.

Om de verwarring compleet te maken worden zwellingen op de pezen ook wel peesgallen genoemd.

Kijk daarom voor de zekerheid ook even bij Slijmbeursontsteking, Peesproblemen en Spat als je twijfelt of je de juiste omschrijving te pakken hebt.

 

Hoe kun je vaststellen of een zwelling een gal is?

Gallen zijn in het algemeen week aanvoelende ronde of langwerpige zwellingen die onder je vingers bewegen. Gallen zijn doorgaans koud en pijnloos in tegenstelling tot zwellingen die door een ontsteking veroorzaakt worden, deze zijn warm en pijnlijk. Vanzelfsprekend is het bij zwellingen die je niet vertrouwd verstandig om je dierenarts te laten komen. Deze kan het verschil voelen tussen een onschuldig galletje of een serieuzere aandoening zoals een peesontsteking of een bloeduitstorting in de peesschede. Een gal hoeft niet ernstig te zijn zolang het paard er geen last van ondervindt, ze niet verharden en de beweging van het paard niet hinderen. Wel moet het ontstaan van gallen bij je paard gezien worden als een waarschuwing. Een overproduktie van smeermiddelen ontstaat niet zomaar. Het kan zijn dat je je paard teveel belast, en dat je hem wat meer rust moet geven of de opbouw van je training moet herzien. Als je je paard rust geeft, zet hem dan niet op stal, maar laat hem dan in de wei lopen. Door de beweging die het paard zichzelf geeft wordt de overmaat aan vocht sneller afgevoerd.

Gallen kunnen ontstaan door een groot aantal oorzaken.

Bij jonge paarden kan een tekort aan essentiële voedingsstoffen (bijv. een vitaminetekort tijdens de opgroei), afwijkende beenstand, zware worminfectie of het niet op tijd bekappen van de hoeven ten grondslag liggen aan het ontstaan. Ook het te vroeg belasten en zeker het te snel, te zwaar belasten van een jong paard zal gallen doen ontstaan. Maar ook bij volwassen paarden is het gebruik en de dosering daarvan de meest voorkomende oorzaak voor het ontstaan van gallen. Bij oudere paarden is het vaak een kwestie van slijtage, maar ook dan is het aan te raden om wat rustiger aan te doen en het paard meer rust te gunnen. Daarnaast kunnen gallen ontstaan als gevolg van een trauma (blessure) of infectieziekte. In die gevallen blijft de plaats waar de gallen zijn ontstaan een zwakke plek, waar je rekening mee moet houden. Hieruit volgen al een aantal zaken die je zelf kunt ondernemen om het ontstaan van gallen te voorkomen: bouw de training rustig op, belast je paard niet te veel of te jong, ontworm op tijd en laat de hoefsmid regelmatig komen. Gallen die reeds ontstaan zijn kun je insmeren met Arnica-gel.

Bron: Aphythom

Gerelateerde artikelen (op tag)

Zoek op deze website

foto.png


skelet_paard.jpg