Behalve diarree kan E.Coli ook sepsis veroorzaken. Dit wil zeggen dat er bacteriën en of toxinen (giftige stoffen geproduceerd door bacteriën) in de bloedbaan terecht komen en elders in het lichaam voor problemen zorgen. Meestal worden de gewrichten aangedaan, wat resulteert in een gewrichtsontsteking en daardoor overvulling (vochtophoping in het gewricht) van het gewricht. Later kan er ook een ontsteking van de vliezen in de buikholte en/of borstholte ontstaan waarbij ontstekingsvocht gevormd wordt. Gelukkig komt dit bij het veulen niet zo vaak voor en blijft de E.Coli infectie beperkt tot het maagdarm kanaal.
Bij voldoende opname van biest van goede kwaliteit is de kans op een E. Coli infectie niet zo groot. Biest is de eerste melk van de merrie waarin veel antilichamen zitten tegen allerlei ziektekiemen uit de omgeving van merrie en veulen. Deze melk is wat geliger van kleur dan de “normale”melk. Veulens moeten zo snel en zo veel mogelijk biest drinken na de geboorte om bescherming te krijgen tegen allerlei ziekteverwekkers.
Symptomen en diagnose
Een veulen met E.Coli diarree, maakt vaak een duidelijke zieke indruk. Het veulen wil niet meer drinken, raakt uitgedroogd en de zuigreflex verdwijnt. Het veulen wordt sloom, ligt veel en kan koorts hebben. De mest is te dun en kan zelfs waterdun zijn, meestal grijzig van kleur. Als er sprake is van sepsis kunnen één of meerder gewrichten overvuld raken. De symptomen ontstaan over het algemeen in de eerste vier levensdagen. Aan de hand van al deze symptomen kan een infectie met E.Coli vermoedt worden. Er kan ook bacteriologisch onderzoek (kweek) gedaan worden in de mest of in de gewrichtsvloeistof van eventuele overvulde gewrichten.
Therapie
De therapie is afhankelijk van de situatie, maar kan bestaan uit infusen om de dehydratie op te heffen. Antibiotica om sepsis te voorkomen. En met behulp van een maagsonde kan er moedermelk toegediend worden om ervoor te zorgen dat het veulen voeding binnen krijgt waar het energie uit kan halen. E.Coli infecties kunnen voorkomen worden door een goede hygiëne in de omgeving van het veulen, maar vooral erop toezien dat het veulen snel, veel en goede biest krijgt. Het veulen moet binnen twee uur na de geboorte de eerste biest hebben gedronken.

