Login

Login Close
---

---
A+ R A-

Hoefkatrolontsteking, podotrochleose, in de wandelgangen vaak afgekort tot "hoefkatrol"... Een vervelende, frequent voorkomende aandoening die niet zelden tot de slacht resulteert. Onder vrij in de natuur levende paarden komt hoefkatrolontsteking echter in het geheel niet voor, het is dus iets wat ontstaat door het samenleven met de mens... Wat is hier aan de hand?

Wat is hoefkatrolontsteking?

 

Het hoefkatrol wordt gevormd door het straalbeentje waarover de diepe buigpees loopt.
De medische term voor hoefkatrolontsteking is podotrochleose.

Om uit te leggen wat hoefkatrolontsteking is dien je een beetje op de hoogte te zijn van de anatomie van de hoef. In het kort: Hoefkatrol is de verzamelnaam voor het mechanisme dat bestaat uit de volgende onderdelen: het straalbeen, de diepe buigpees, de slijmbeurs, de straalbeen-ligamenten en het hoefgewrichtskapsel.
Waar dit mechanisme voor dient? De hoef staat, van bovenaf het paard gezien, iets vóór de verticale lijn die je vanuit de benen naar beneden kan trekken. Om te voorkomen dat de hoef als het ware "omhoog klapt" zit er onder het hoefbeen een "kabel" die via een "katrol" omhoog loopt en waaraan wordt getrokken. Die kabel is de buigpees, het katrol wordt gevormd door de achterkant van het straalbeen.

Hoefkatrolonsteking is een soort "arthrose", een overmatige slijtage van de achterkant van het straalbeen en de diepe buigpees die er overheen loopt. Omdat door de overmatige slijtage de buigpees direct over het bot schuurt ontstaat er een chronische ontsteking, een ontsteking die pijnlijk is en die, wanneer de oorzaak van de slijtage niet wordt verholpen, uiteindelijk leidt tot vernietiging van het hoefkatrol.


Symptomen en diagnose

Hoefkatrolontsteking komt nagenoeg uitsluitend aan de voorbenen voor, maar dan wel aan beide voorbenen tegelijk.
Als een paard op beide voorbenen op dezelfde manier kreupel loopt dan zie je... niets! Kreupelheid zie je doordat het paard onregelmatig loopt omdat hij één zeer been probeert te ontlasten, maar als beide voorbenen even zeer doen dan valt er niets te ontlasten en loopt het paard met pijn, maar wel regelmatig. Je ziet er dan niets van!

Vaak is het echter zo dat het ene been de ene dag wat meer zeer doet dan het andere been, en een dag later kan het ineens weer omgekeerd zijn. Kenmerkend voor hoefkatrolonsteking is dan ook dat het paard afwisselend kreupel is op het ene en dan weer het andere been, waartussen goede dagen lijken te zitten waarbij het paard in werkelijkheid aan beide benen evenvéél pijn heeft.

Kleine voltes of een landing na de sprong veroorzaken extra krachten op de hoefkatrol en zijn dus extra pijnlijk voor het paard.

Om hoefkatrolontsteking te diagnostiseren zal de dierenarts een van de volgende technieken gebruiken:

Zenuwverdoving
Het gegeven dat paarden die aan beide voorbenen evenveel pijn hebben niet zichtbaar kreupel lopen kunnen we met een slim truukje gebruiken om hoefkatrolonsteking te diagnostiseren: Op een dag dat het paard niet kreupel loopt laat je de dierenarts een van beide voorbenen nabij het hoefkatrol verdoven, loopt het paard dan ineens wél kreupel op het niet verdoofde been dan weet je dat je paard pijn had in beide benen. Want nu de pijn in één van de benen is verdwenen gaat hij direct het overgebleven pijnlijke been proberen te ontlasten en hierdoor gaat hij kreupelen.

Röntgenfoto's
Röntgenfoto's zijn in de beginstadia van hoefkatrolontsteking erg onbetrouwbaar. Pas in een vergevorderd stadium zie je botwoekeringen ontstaan rond het hoefkatrol (mislukte pogingen van het lichaam om de versleten plek te repareren) en dan pas weet je zéker dat er sprake is van hoefkatrolontsteking.
Er lijkt weinig verband te zijn tussen de mate waarin paarden last lijken te hebben van hoefkatrolontsteking en het beeld dat de röntgenfoto's te zien geven: Sommige paarden vertonen alle symptomen terwijl er op de foto's bijna niets te zien is, andere paarden huppelen nog vrolijk rond terwijl de röntgenfoto's een zeer ernstig beeld geven.

Buigproef
Traditioneel wordt de zogenaamde buigproef uitgevoerd om hoefkatrolontsteking op te sporen. Er rijzen echter meer en meer twijfels over het nut en werking van de buigproef. Allereerst is de werking niet duidelijk: Bij de buigproef wordt de zogenaamde strekpees belast, terwijl het de buigpees is die gevoelig is. Verder kun je ieder paard kreupel krijgen door de buigproef iets te lang of iets te bruut uit te voeren, terwijl dat dan natuurlijk niets met hoefkatrolontsteking te maken heeft. Omgekeerd kunnen paarden met hoefkatrolontsteking makkelijk door de buigproef glippen. Daarom rijst steeds meer de vraag of de onvolprezen buigproef eigenlijk wel iets met hoefkatrolontsteking te maken heeft!

 

Omdat hoefkatrolontsteking zo lastig is te diagnostiseren wordt er vaak geroepen dat een paard wel hoefkatrolontsteking zal hebben terwijl het in werkelijkheid iets anders is. Hoefkatrolontsteking is echter niet op het zicht vast te stellen, eenzijdige verdoving of - in ver gevorderde gevallen - een röntgenfoto is het enige dat uitsluitsel kan geven.


Waardoor ontstaat hoefkatrolontsteking?

Hoefkatrolontsteking is een van de meest controversiele onderwerpen op het gebied van hoef- en beengebreken bij paarden. Er zijn vele ideeen geweest over de oorzaken van hoefkatrolontsteking maar recent medisch onderzoek heeft de meest waarschijnlijke oorzaak van hoefkatrolonsteking aangewezen.

Waar het kort gezegd op neerkomt is dat de overmatige slijtage ontstaat doordat er een plotselinge ruk aan de diepe buigpees wordt gegeven. Niet een normale geleidelijke kracht, maar een vrij plotselinge kracht. En dat steeds weer opnieuw.

Uit in vitro onderzoeken is gebleken dat toonlanden dit veroorzaakt. Het vanuit zweefmoment landen op de toon in plaats van op de hiel geeft iedere keer een stevige ruk aan de diepe buigpees. Daarbij komt dat het been van een boogvorm naar een holle vorm moet gaan waarbij er een dood punt moet worden gepasseerd. Tijdens het passeren van dat dode punt moet de pees heel kortstondig uitrekken waarbij er enorme piekkrachten ontstaan. Er ontstaat wrijving op de plaats waar de diepe buigpees over het straalbeen loopt, en herhaalde wrijving veroorzaakt slijtage.

Waarom landen sommige paarden op de toon?

Hiervoor zijn een aantal oorzaken die afzonderlijk maar nog beter gezamelijk tot dit resultaat kunnen leiden:

  • Verkeerde bekapping
  • Een te lange toon vertraagt het afwikkelen van de hoef waardoor het paard aan het einde van de pas tijd te kort komt om de hoef op te klappen. Bovendien zorgt een lange toon voor een grotere hefboomwerking waardoor de krachten op het hoefkatrolgewricht zowiezo al toenemen. Bij de traditionele bekapping wordt bijna altijd de toon te lang gelaten en wordt verzuimd een mustangroll aan te brengen.
  • Pijnlijke hielen
  • Ook dit is doorgaans een gevolg van een verkeerde bekapping. Hielen worden doorgaans te hoog gelaten (zie ook hoge hielen), hoge hielen zijn niet alleen slecht voor de hoeven maar zorgen ook voor gevoelige hielen. En een paard met gevoelige hielen zal deze trachten te ontlasten en gaat dus op de toon landen. Ook dragende steunsels kunnen gevoelige hielen tot gevolg hebben.
  • Met lage voorwaartse snelheid springen
    Als paarden in de natuur springen (ze rennen overigens liever om een obstakel heen) dan doen ze dat met behoorlijke voorwaartse snelheid. "Springpaarden" worden doorgaans echter geleerd om met weinig voorwaartse snelheid te springen en ze landen daardoor veel te steil. Ze kunnen daarbij niet anders dan op de toon landen.
  • Oververmoeidheid
    Oververmoeide paarden (en dan hebben we het over urenlang rijden) kunnen op de toon gaan landen. Gebeurt dit veelvuldig, en dan ook nog eens op harde ondergrond, dan kan dit tot hoefkatrolontsteking leiden.
  • Weinig schokabsorptie
    Vooral de combinatie toonlanden / hoefijzers / harde ondergrond is schadelijk. Praktisch altijd is een harde ondergrond zeer heilzaam voor de hoeven, maar gecombineerd met toonlanden en hoefijzers zorgt het voor schadelijke vibraties (zie ook onze pagina over schokabsorptie).

Hierboven staan redenen waarom paarden op de toon kunnen landen en de krachten op het hoefkatrol te hoog worden. Gelukkig kan het lichaam beginnende schade altijd herstellen, maar waarom gebeurt dit niet?

  • Gebrek aan doorbloeding
  • Om weefselschade te herstellen is, zoals iedere arts je kan vertellen, doorbloeding essentieel. Zonder doorbloeding geen herstel, zo simpel is het. Blijkbaar hebben veel paarden gebrek aan doorbloeding in de hoef. Hoe komt dat?
  • Gebrek aan beweging
    Voor de doorbloeding in de hoeven is het paard nagenoeg volledig aangewezen op het hoefmechanisme. En dat hoefmechanisme werkt uitsluitend als het paard beweging heeft en de hoeven goed kunnen uitzetten tijdens het contact met de grond. Het paard opsluiten in de stal (ook 's nachts!) zorgt voor een drooglegging in de hoeven. Zie ook onze animatie en uitleg over het hoefmechanisme.
  • Hoefijzers
    Hoefijzers kunnen het uitzetten van de hoeven verhinderen en daarmee het hoefmechanisme, en dus de doorbloeding van de hoef.
  • Gecontraheerde hoeven
  • Gecontraheerde hoeven zijn hoeven die aan de achterkant zijn samengeknepen. Hoefijzers kunnen dit veroorzaken (zie voor een uitleg en animatie de pagina over hoefijzers), een andere oorzaak kan liggen in een verkeerde bekapping (met name te hoge hielen en ondergeschoven hielen).

Voorkomen en genezen

Hoefkatrolontsteking is niet alleen te voorkomen maar ook te genezen! Wat dat genezen betreft, wat verstaan we eigenlijk onder genezen? Wij bedoelen met genezen niet dat het paard weer (al dan niet tijdelijk) pijnloos kan lopen, want dat kun je ook bereiken met speciaal beslag, zenuwsneden en dergelijke, althans voor een tijdje. Wij bedoelen met genezen dat het paard blijvend, zonder hulpmiddelen, beslag, medicijnen, zenuwblokkaden en dergelijke pijnvrij kan lopen en dezelfde verwachtingen biedt als een paard dat nog nooit hoefkatrolontsteking heeft gehad.


! Bedenk dat kreupelheid vaak ten onrechte aan hoefkatrolonsteking wordt toegewezen. Bij "wonderbaarlijke genezingen" blijkt doorgaans dat er nooit serieus is gecontroleerd of het paard daadwerkelijk hoefkatrolontsteking had. Het paard is dan wel genezen van kreupelheid maar er was geen sprake van hoefkatrolontsteking. Hoefkatrolontsteking is geen rijtechnisch probleem, scheefheid, gebrek aan vitamientjes of wat dan ook maar domweg overmatige slijtage door een verkeerde bekapping en te weinig doorbloeding door langdurig stilstaan, hoefijzers en te weinig hoefmechanisme.

 

Het is natuurlijk makkelijk te zeggen dat je niet aan springsport ofzo moet doen, maar daar schiet niemand wat mee op. Zonder de paardensport heeft je paard geen bestaansrecht; in de dierentuin hebben ze niet zóveel paarden nodig... Laten we dus bekijken wat we kunnen doen om hoefkatrolontsteking te voorkomen en zelfs te genezen zonder onze hobby op te offeren.


Beweging

Beweging, beweging, beweging! Een paard hoort niet in een stal, ook niet 's nachts, zie ook de pagina over Natuurlijke Huisvesting. De hoeven zijn voor hun doorbloeding afhankelijk van het hoefmechanisme en dat werkt alleen maar als het paard beweegt. Een paard in de wei of grote paddock zal nooit langdurig stil staan, een paard in de stal wel!

In alle gewrichten en pezen treedt voortdurend slijtage op, zowel bij mensen als bij paarden, dat is volkomen normaal. Het lichaam zorgt voor voortdurende vernieuwing van de aan slijtage onderhavige onderdelen, maar daar is wel een voortdurende bloedtoevoer voor nodig. Het is bekend en bewezen dat een slechte doorbloeding zorgt voor een slecht herstel. De hoeven van paarden zijn voor hun bloedsomloop nagenoeg volledig afhankelijk van het hoefmechanisme, het voortdurend uitzetten en inkrimpen van de hoef tijdens het optillen en neerzetten. Dat is ook de reden dat paarden van nature nooit langer dan een uur slapen, al dan niet staand of liggend. Het ligt dan ook voor de hand dat hoefkatrolontsteking kan ontstaan door gebrek aan doorbloeding, vooral als je bedenkt dat hoefkatrolontsteking bij vrij in de natuur levende paarden totaal niet voorkomt.

Veel bewegen dus, 24 uur per dag de mogelijkheid om te bewegen is essentieel, liefst regelmatig op een harde ondergrond want dan werkt het hoefmechanisme beter. Bij paarden die aan hoefkatrolontsteking lijden kun je het lopen over een harde ondergrond het beste in stap laten uitvoeren zodat verdere schade wordt voorkomen.

 

Lage hielen

 

Traditioneel worden paarden met hoefkatrolontsteking hoger op de hielen (verzenen) gezet want dat lost de pijn voor een tijdje op. Door het hoger zetten wordt de spanning op de diepe buigpees namelijk tijdelijk wat lager. Let op het woordje tijdelijk; spieren streven naar een vaste spierspanning (tonus) en zullen al vrij snel de spanning terugbrengen naar wat hij oorspronkelijk was. Op dat moment ben je weer terug bij af maar staat je paard ook nog eens hoger op de hielen. Hoge hielen zijn voor een paard pijnlijk, en om de pijnlijke hielen te ontlasten zal het paard... meer op de toon gaan landen! En dat was nou juist de hoofdoorzaak van hoefkatrolontsteking!
Een betere aanpak is juist om de hielen zo laag mogelijk te houden. Met lagere hielen werkt de hoef beter, met name de druk op het hoefkatrol wordt dan minder, de schokdemping wordt beter en de doorbloeding neemt toe.

Steunsels kort houden
Te lange steunsels die de grond raken zorgen voor pijn aan de achterkant van de hoef. Om de pijnlijke achterkant te ontlasten zal het paard op de toon gaan landen, en dat is nou net wat we willen voorkomen!

De toon kort houden,
Dit heeft twee doelen: Ten eerste versnel je hiermee het afwikkelen van de hoef zodat het zweefmoment wordt vergroot. Een groter zweefmoment zorgt voor meer tijd om de hoef op te klappen  Hierdoor voorkom je dat het paard op de toon landt, een eigenschap die sterk verdacht wordt als hoofdoorzaak van hoefkatrolontsteking.
Het tweede doel is het verkleinen van de hefboom. De hoef zelf is een hefboom die aan de diepe buigpees trekt. Hoe langer de toon, hoe langer de hefboom, en hoe groter de krachten op het hoefkatrolgewricht. De toon kort houden, liefst wekelijks bijraspen, is het belangrijkste wat je kan doen in je strijd tegen hoefkatrolontsteking.

 

Raadpleeg een dierenarts als uw paard kreupel is. De therapie hangt van verschillende factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is

Zoek op deze website

foto.png


skelet_paard.jpg