Login

Login Close
---

---
A+ R A-

gewr03.jpgBij artrose wordt de goede werking van het gewricht compleet verstoord. Door slijtage raakt het kraakbeen beschadigd. Het oppervlak wordt ruwer, en de laag kraakbeen dunner. De veerkrachtige werking gaat voor een groot stuk verloren.

Het gewrichtskapsel krijgt op die manier veel hardere schokken te verwerken.
Daar is het kapsel niet op voorzien, zodat er een ontstekingsreactie op gang komt. Uiteindelijk raakt het hele gewricht ontstoken. In dat geval spreken we van artritis. Als gevolg van de ontsteking verliest het kapsel zijn elasticiteit. De gewrichtsvloeistof wordt dunner, en het kraakbeen krijgt onvoldoende bouw- en voedingsstoffen aangevoerd. Het kraakbeen kan zich niet meer herstellen, verliest snel zijn kwaliteit, en verdwijnt meer en meer. Uiteindelijke wrijven de (harde) botten rechtstreeks tegen elkaar. De krachten die inwerken op het gewricht worden niet langer gelijkmatig verdeeld. Het bot probeert dit te compenseren door zijn draagvlak te verbreden, en beenachtige uitgroeisels te vormen.  Voor het paard is bewegen ondertussen een pijnlijke aangelegenheid geworden. Goed presteren, ook op bescheiden niveau, is voor een paard met (niet behandelde) artrose onmogelijk. Zelfs de dagelijkse weidegang brengt pijn en ongemak met zich mee.

gewr04.jpgArtrose is een direct gevolg van slijtage. Vroeg of laat krijgen (vrijwel) alle paarden er mee te maken. Sportpaarden lopen echter een veel hoger risico, omdat hun bewegingsapparaat telkens opnieuw zwaar wordt belast. Zelfs als een paard op lager niveau presteert, mag de impact van training en competitie niet worden onderschat. Ook paarden die uitsluitend recreatief, of voor de fokkerij worden gebruikt, worden na verloop van tijd met artrose geconfronteerd. Niet alleen slijtage kan het kraakbeen beschadigen. Dat kan ook gebeuren door overbelasting van één bepaald gewricht (bv. door een verkeerde beenstand), door OCD, of door een ongelukkige blessure. Tenslotte spelen ook erfelijke factoren een rol. Bepaalde paarden zijn veel gevoeliger voor artrose dan anderen.
Gewrichtsproblemen beginnen meestal bij het kraakbeen, dat door dagelijkse slijtage, stevige belasting, of blessures zijn kwaliteit verliest. Kraakbeen is een merkwaardig materiaal, dat met een dikte van maar enkele millimeters toch een enorme druk kan opvangen. Jammer genoeg is het sterk, maar terzelfdertijd erg kwetsbaar. Kraakbeen is zeer gevoelig voor slijtage, en kan zich na een beschadiging nauwelijks herstellen. Gewrichtsproblemen zijn dan ook bijzonder moeilijk te behandelen.

Bij artrose wordt traditioneel beroep gedaan op pijnstillers, NSAID's (niet steroidale ontstekingsremmers), en cortico-steroiden. Een echte behandeling is dat niet. Het zijn middelen die (tijdelijk) de pijn en stijfheid wegnemen, maar de afbraak van het kraakbeen niet kunnen verhinderen, en dus weinig of niets doen aan de oorzaak van het probleem. Daarenboven zijn er serieuze bijwerkingen. Pijnstillers en NSAIDs kunnen bij langdurig gebruik het maag-darmkanaal beschadigen, terwijl cortisone botontkalking veroorzaakt. Bij paaarden die in competitie uitkomen kunnen pijnstillers, NSAID's, en cortisone niet worden gebruikt. Dat zijn namelijk medicijnen die op de lijst der verboden producten staan, en bij een dopingcontrole tot een positief resultaat leiden.

gewr05.jpgNaast het toedienen van NSAID's en corticosteroiden, wordt bij sportpaarden dikwijls een techniek gebruikt, waarbij het gewricht rechtstreeks wordt geinjecteerd met hyaluronzuur. In de volksmond wordt deze techniek 'infiltreren' genoemd. Hyaluronzuur heeft een groot moleculair gewicht. Het komt niet in aanmerking voor oraal gebruik, omdat het op die manier niet wordt opgenomen door het lichaam. Met hyaluronzuur injecties (merknamen Hyonate, Hylartin, Legend) daarentegen werden de afgelopen jaren wel gunstige resultaten geboekt. De stof verbetert de kwaliteit van de gewrichtsvloeistof. Op die manier wordt het gewricht beter gesmeerd, en het resterende kraakbeen beter beschermd en gevoed. Toch zijn aan deze behandeling ook nadelen verbonden. Zo kan de techniek alleen door een veearts worden uitgevoerd. Ieder gewricht moet afzonderlijk worden behandeld, en iedere injectie brengt een risico op bacteriële infecties met zich mee. Daarnaast kan de naald afbreken in het gewricht. Dat gebeurt weliswaar uiterst zelden, maar het gevaar blijft hoe dan ook bestaan. Tenslotte hangt aan de behandeling een stevig prijskaartje vast. De injecties moeten namelijk regelmatig worden herhaald, en hyaluronzuur-preparaten zijn vrij duur.
Rond de traditionele aanpak van artrose en artritis blijven de nodige vragen hangen. Bestaat er dan geen enkele manier om gewrichtsproblemen op een efficiënte, maar betaalbare manier te behandelen ? Toch wel, namelijk met glucosamine. Glucosamine is een voedingssupplement dat het kraakbeen actief beschermt. Meer nog, glucosamine biedt niet alleen bescherming tegen (verdere) slijtage, maar het kan ook eerder beschadigd kraakbeen enigszins helpen herstellen. Daarnaast heeft glucosamine een pijnstillend effect, te vergelijken met laag gedoseerde NSAID's. De werking van glucosamine is geen fabeltje. Naar geen enkel supplement werden zoveel studies verricht. Via dubbel blind onderzoek werd de werkzaamheid (zowel bij mensen als paarden) herhaaldelijk wetenschappelijk bewezen. In Nederland werd glucosamine trouwens eind 2005 officieel als een (humaan) geneesmiddel geregistreerd.

Glucosamine is een aminosuiker, dat van nature in het lichaam voorkomt. Het gaat om een precursor (bouwsteen) van de zogenaamde glycosamineglycanen (kortweg GAG's). Dat zijn dan weer stoffen die een belangrijke rol spelen bij de vorming en het herstel van het gewrichtskraakbeen. Naarmate het lichaam ouder wordt, vermindert het vermogen om glucosamine aan te maken. Omdat de doorsnee voeding maar weinig glucosamine bevat, heeft het toedienen van extra glucosamine wel degelijk zin. Glucosamine werkt zeer krachtig, en doet wat dat betreft eerder aan een medicijn dan aan een voedingssupplement denken. Daarbij moet worden opgemerkt dat het effect van glucosamine afhangt van de hoeveelheid resterende kraakbeencellen. Die moeten namelijk glucosamine kunnen inbouwen. Als er geen kraakbeen meer aanwezig is in een gewricht, kan het toedienen van glucosamine daar weinig aan veranderen. Het is met andere woorden erg belangrijk om tijdig met de behandeling te beginnen. Bij sportpaarden die zwaar worden belast, kan glucosamine best preventief worden ingezet.
 

 

 

Gerelateerde artikelen (op tag)

Zoek op deze website

foto.png


skelet_paard.jpg